Foto NRC Handelsblad door Rien Zilvold 1998

Foto NRC Handelsblad door Rien Zilvold 1998

Bijzondere artikelen uit de media (Dutch language only)
Op deze pagina staan artikelen die ik selecteer uit een enorme berg persmateriaal die ik in de loop van de tijd heb verzameld waar mijn werk of projecten waar ik mee te maken heb onderdeel van is. Het eerste artikel is een éénmalige column die ik schreef voor het NRC Handelsblad in 2010. Het tweede artikel verscheen in 2000, een jaar voor de aanslag in New York en is geschreven door Ine Poppe.

—–

Cultureel Supplement

Geef mij patronen!

Het kapsel van Wilders en het logo van WikiLeaks. Alles wat ze vaak ziet, boeit Mieke Gerritzen, ontwerper en directeur van het Graphic Design Museum in Breda. Ze bejubelt herkenbaarheid, het succesvolste product.

Door Mieke Gerritzen

Mijn wereld is spectaculair, ik leef in de beeldcultuur en ik zie voortdurend hetzelfde: kleuren, patronen, systemen, ideeën, gezichten, teksten… alles herhaalt zich en komt terug.

Bij De Wereld Draait Door zit steeds Felix Rottenberg; elke keer als ik kijk zit hij daar. En als ik boodschappen doe in de Utrechtse straat, zie ik daar Felix Rottenberg weer. Het maakt eigenlijk niet uit of ik ’m nou bij de supermarkt zie of in De Wereld Draait Door. Als hij er is, geeft hij het vertrouwen dat de wereld klopt. Het is allemaal echt.

Het jongste exemplaar in mijn Facebook is Floor van 16. Haar taalgebruik is kort en krachtig. Soms zegt ze: ’k ga in bad. Een andere keer is het: ’k ben moe. Heel herkenbaar, zo’n meisje van 16 weet precies hoe het moet. En er zijn steeds weer genoeg vrienden die het ook leuk vinden. Tussen mijn 350 Facebook-vrienden is zij het minst communicatief en het meest herkenbaar.

Het kan me niet vaak genoeg gebeuren dat ik patronen herken. Het kapsel van Wilders, de tv-bedrijfsleider van Albert Heijn. In elke straat een Blokker, de portretten van Che Guevara en Barack Obama – ze zijn popsterren voor mij geworden.

De herhaling heeft een betoverende kracht. Ik betrap mezelf er vaak op dat ik beelden, als ik ze vaker zie, steeds mooier ga vinden. Verzamelingen herkenbare logo’s daar word ik helemaal nostalgisch van. Maar de producten achter die logo’s interesseren me niet. Ik ben een merkengek om het effect van de herkenning.

Nu na twee maanden WikiLeaks begin ik het beeldmerk mooi te vinden, de zandloper met fletse kleuren, de druppels die wegvallen in de vorm van continenten. Het zou me niets verbazen als het binnenkort op schoolagenda’s en badlakens verschijnt. Julian Assanges boek is nu al wereldwijd in alle talen verkocht. Hij moet het alleen nog schrijven, maar dat doet er inderdaad niet toe. De producten zelf zijn niet belangrijk.

Het gaat om de beeldvorming. Ik doe er graag aan mee, ook ik laat me meeslepen door de helden uit de geschiedenis. De Mona Lisa is het beeldmerk van het Louvre en het voorbeeld voor alle musea op aarde. Ieder museum zoekt een topstuk om de exploitatiekosten van het museum mee te dekken. Een publiekstrekker waar je mee kan gaan ‘monaliseren’ (merchandisen), geld verdienen om uit het subsidiecircuit te blijven. Dat is de droom van bijna elke museumdirecteur. Herkenbaarheid is het succesvolste product.

Ik ben 48 en kom dus inmiddels zelf uit de geschiedenis van de vorige eeuw, maar mijn onbegrensde passie voor de herhaling kan ik vooral in deze eeuw goed tot uitdrukking brengen. Tot nu toe een eeuw vol look-a-likes, repetitie en Google. De kunst heeft nooit weerstand kunnen bieden aan het succesvolle herhaalconcept van de hamburgerketen McDonald’s. Dat heeft de wereld veranderd tot wat ze nu is. Tijd voor reflectie. If repetition makes us ill, it also heals us. Gilles Deleuze.

——

Cultureel Supplement

Ik wil Amerika veranderen

Mieke Gerritzen kreeg de H.N. Werkmanprijs voor grafische vormgeving. “De wereld werd digitaal en wij, designers, mochten die vormgeven. Regels waren er nog niet. Een groot feest!”

Vier op een rij, daar doet de vormgeving van Nederland 3 aan denken. Het televisiescherm als raamwerk waarin de fiches vallen: welke omroep is vanavond aan de beurt? De logo’s van de diverse omroepen scrollen over het beeld, ze klappen uit, draaien en dringen om de kijker het hof te maken. Het beeldmerk van de uitverkoren omroep, met bijbehorende tune, springt pregnant naar voren: `Vanavond VPRO, VARA, RVU of NPS.’

Gisteren, op 7 september, werd de H.N. Werkmanprijs, een oeuvreprijs voor grafisch ontwerpers, uitgereikt aan Mieke Gerritzen, en wel speciaal voor haar ontwerpen van de leaders voor Net 3. Na 28 mannenjaren is zij de eerste vrouw die deze prijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst in ontvangst heeft genomen.

De ontwerpen van Gerritzen doken het afgelopen decennium op onverwachte plekken op. Haar strak vormgegeven drukwerk versiert trappenhuizen en fleurt tienerkamers op, naast affiches van The Beastie Boys. Het is te zien op het World Wide Web en CD-roms; in boeken, op omslagen, ansichtkaarten en affiches. De ontwerpen van Gerritzen onderscheiden zich door een herkenbare stijl: grote letters, bijna altijd voorzien van een kader; standaardiconen en -pictrogrammen van bijvoorbeeld een wereldbol. ,,Hollands”, noemt ze het zelf, ,,Hou het simpel.” Haar recht voor zijn raap-stijl is gekoppeld aan projecten met een maatschappij-kritische inhoud.

Op haar voorhoofd draagt Gerritzen (1962), een ferme blondine met lichte ogen, een fraai vormgegeven crèmekleurige zonnebril. ,,Voor het ontwerp van Nederland 3 heb ik gebruik gemaakt van de omroeplogo’s. Die vind ik allemaal lelijk, maar als je ze herhaalt krijg je bewegend behang,” zegt ze. ,,In de verveelvoudiging en het ritme zit de kracht. Ik hou van symmetrie, vraag me niet waarom. Ik probeer ook wel eens iets asymmetrisch, maar het oogt nooit lekker en dan verander ik het weer terug.”

Ze laat een fraai voorbeeld zien: een zwart-wit filmpje van drie minuten, uitgezonden door de VPRO naar aanleiding van een campagne tegen de opkomst van gratis Internet. Het lijkt of je iets voor niets krijgt, maar is dat wel zo? Een leger-eenheid grote zwarte letters glijdt van links naar rechts van boven naar beneden. Ze klappen uit en vermenigvuldigen zich als militante mieren. De ene slogan na de andere komt in beeld: 100% free info. Free experts. Add your free banner here. Free beer. De slogans hebben een slapstick-effect:de marcherende letters overschreeuwen elkaar in een samenleving waarin alles `free’ is, bombastisch en pamflettistisch.

Gerritzen werkt graag met slogans. Zij legt uit dat ze moeite heeft met lange teksten, zowel om te lezen als vorm te geven. ,,In lappen teksten kan ik het niet laten er woorden uit te lichten. Daar zijn schrijvers niet altijd blij mee. Ik heb ooit uit een tekst woorden als DE, HET en EEN uitgelicht en opgeblazen. Er staat dan opeens iets heel anders, `de stad’ is echt wat anders dan `DE stad’. Korte kreten vormgeven vind ik spannender, daar kan ik meer mee. Woorden vergroten en verkleinen, spelen met letters.”

Gerritzen studeerde in 1987 op de Rietveldacademie af met grote abstracte schilderijen van 2 bij 3 meter. Ze werd schilder. ,,Dat was niets voor mij: alleen in een atelier, ik kreeg straatangst. Naast het schilderen nam ik kleine ontwerp-opdrachten aan: affiches en foldertjes, voornamelijk voor theater, allemaal vrijwel voor niets. Na anderhalf jaar had ik er genoeg van. Mijn vader leende me dertigduizend gulden en ik kocht mijn eerste Apple-computer, in 1989. Het eerste half jaar heb ik dat ding onuitgepakt in zijn doos laten staan. Toen ging ik aan de slag en omdat ik een hekel heb aan cursussen, moest ik mezelf alles leren.”

Het televisiewerk van Mieke Gerritzen komt voort uit het internet. In 1993, tijdens de oprichting van de Digitale Stad, de eerste Nederlandse internetgemeenschap, begon Gerritzen voor het, toen nog, voornamelijk op tekst gebaseerde internet te ontwerpen: ,,Dat stelde niet zo veel voor. De verbindingen waren traag, dus het ontwerp moest simpel blijven. Ik maakte vooral koppen.” Ze vroeg andere ontwerpers een bijdrage te leveren voor een beeldexperiment van de Digitale Stad: maak een stadswapen. Gerritzen: ,,Ik fietste met een computerflop door de stad om die ontwerpen te verzamelen, email was nog te lastig, het was ook te ingewikkeld die stadswapens on-line te bekijken. Door dat project raakte de VPRO geïnteresseerd in mijn werk, en ik mocht een CD-rom maken. Eigenlijk sloeg dat nergens op. Een paar dagen daarvoor had ik pas gezien wat een CD-rom was. Ik had geen flauw benul hoe het moest.”

Gerritzen werkte zes jaar bij de VPRO, ze ontwierp ook omslagen van televisiegidsen en `bumpers’ tussen de programma’s. Haar televisiebeelden bestaan vaak uit dikke zwarte en witte letters, die in banen over het beeld schuiven. Is dat haar handelsmerk? ,,Nee, hoor – dat werk is uit mijn begintijd. Ik werk ook in felle kleuren en pasteltinten. Ik beperk me wel nog steeds tot een beperkt aantal lettertypes en ik werk met de mogelijkheden die standaard in softwarepaketten zitten.”

Gerritzen kan nauwelijks `html-en’: Hyper Text Modelling Language is de onderliggende taal die webpagina’s zichtbaar maakt. In die taal maken zowel kinderen als pizza-boeren hun eigen homepage. Gerritzen: ,,Ik heb het te druk om het goed te leren. Als ontwerper heb ik dat nu niet nodig. Als ik iets nodig heb, dan leer ik het pas. Je kunt niet alles tegelijk en er is zoveel te doen.”

Gerritzen vertelt over het begin van het internet: ,,De wereld werd digitaal en wij, designers, mochten die vormgeven. Regels waren er nog niet. Een groot feest! Ik heb het vaker gezegd: helaas geven niet de designers de wereld vorm maar de commercie. Opdrachtgevers worden marketeers en managers: zij weten hoeveel geld je kunt besteden, dus wat je daarvoor kunt maken. Als voorbeeld nemen ze een product dat al succes heeft. Het maakt niet uit hoe lelijk: de internetboekhandel amazon.com heeft succes dus dat ontwerp nemen we over. Je hoeft het alleen maar na te doen en dan heb je ook succes. Deze mensen denken niet verder. Een beetje vergelijkbaar met mijn studenten. Voor hen is een clubflyer geen clubflyer als-ie er niet uitziet als een clubflyer. Zo denken marketing en management ook.”

Gerritzen, die les geeft op het Sandberg-instituut, constateert een tekort aan eigenzinnige ontwerpers. ,,Door het verlangen van mijn studenten naar het verdienen van veel geld, word ik steeds dwarser. Het werken in een bedrijf van negen tot vijf doodt de creativiteit, het is te bureaucratisch. Als ontwerper heb je vrijheid nodig.”

,,Wereldwijd worden web-ontwerpers meer en meer beschouwd als plaatjesmakers,” vreest Gerritzen, ,,terwijl designers juist in een zo vroeg mogelijk stadium bij de structuur van een site betrokken moeten worden. Art-directors en copywriters zien dat nogal eens over het hoofd. Het is niet goed als de informatie gerangschikt ligt en jij dan alleen nog het beeld mag maken.”

De web-ontwerpen van Gerritzen laten zich lekker aan klikken omdat ze simpel zijn. Zij gaf de website van xs4all opnieuw vorm en maakte die van de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media. Ook de websites van de kunstfondsen nam zij onderhanden. Afgelopen jaren heeft zij regelmatig in teamverband gewerkt, met technici maar ook met andere ontwerpers zoals Jan van den Bergh, Janine Huizenga en Marjolein Ruyg. Ze hebben elkaar beïnvloed, maken allemaal gebruik van kaders en iconen, maar ieder heeft een eigen stijl gevonden. Ze werden de exponenten van een nieuwe generatie ontwerpers die balanceren tussen oude media (drukwerk, televisie) en nieuwe media (CD-Roms, Internet).

Gerritzen: ,,Ik hou ervan om steeds iets anders te doen dan men van mij verwacht. Je had het over de zware letters die ik gebruik. Onlangs maakte ik iets met draadletters, dat is niemand van mij gewend. Maar als je het ziet, lijkt het toch heel erg op mijn andere werk.”

Andere onverwachte projecten behelzen sieraden en binnenhuisarchitectuur. De sieradenontwerpster Sigga Sigurjonsdottir benaderde Gerritzen met de vraag om beeld te maken voor een oorbellen-ontwerp. Gerritzen kwam met het idee van `de ear-banner’: het oor als reclamezuil. Sigga ontwerpt de bellen. De draagsters kunnen hun eigen slogan kiezen en door Gerritzen laten vormgeven.

Met haar binnenhuisarchitectuurproject doet ze iets vergelijkbaars: Gerritzen laat slogans in het linoleum leggen, kreten plaatsen op de wanden en lamellen. Aan de werknemers van het reclamebureau, dat haar de opdracht heeft verleend, vraagt zij om statements.

,,Op dit moment ben ik erg op New York georiënteerd. Amerika is een raar land, ze werken debiel hard. Ik heb niet de indruk dat ze het verschil weten tussen werken en leven. Het is ook eigenaardig hoe de hippie-cultuur herleeft. Je ziet een revival aan ideologieën, vaak gepaard aan evangelisme. Tijdens mijn laatste bezoek heb ik een aantal bladen zoals Fast Company en Industry Standard gekocht. Het is interessant te zien dat de commerciële wereld het taalgebruik van media-critici overneemt: anti-establishment gericht, met ideologieën over vrije informatie, alleen bedoelen ze iets totaal anders.”

,,Met internet, interactiviteit, communicatietechlogie kun je scoren. Een tijd geleden zag ik een reportage over een hotel van Phillippe Starck op televisie. Trots beweerde Starck: Dit is een interactief hotel, er komen geen `gasten’ maar `users’. Als je vervolgens keek hoe interactief het was, ging het eigenlijk niet verder dan dat je zelf het licht uit en aan kon doen en je drankjes uit de ijskast pakken. Ik vind zo’n uitspraak afschuwelijk. Zo iemand snapt er de ballen van.”

Gerritzen brengt de commerciële en creatieve wereld samen tijdens de `Internationale browserdag’, die zij vanaf 1998, aanvankelijk jaarlijks, met de Maatschappij voor Oude en Nieuwe media organiseerde. Een browser is een bladerprogramma dat webpagina’s op de computer zichtbaar maakt, `browsen’ betekent grasduinen, snuffelen. In de Internetwereld is de Browserdag een side-show-achtige gebeurtenis: studenten en professionals ontmoeten elkaar in een vol Paradiso. Er vinden discussies en lezingen plaats. En het publiek krijgt, als per caroussel, één minuut durende presentaties voorgeschoteld. Studenten uit verschillende landen presenteren hun ideale browser in de vorm van een film, een webontwerp of een toneelstuk.

Gerritzen: ,,In januari 2001 organiseer ik met Amerikaanse partners de Newyork Browserdag. Misschien is het naïef gedacht, maar in een land waar alles om e-commerce draait, hoop ik Hollands design te brengen. Het doorsnee design in de VS is oer-conservatief. Alles moet gestandaardiseerd worden: van de programma’s waarin we browsen tot de producten die we kopen. Eenheidsworst, Kalverstraat. De studenten daar worden, veel meer dan hier, in systemen geperst en krijgen niet de kans bijzondere dingen uit te proberen. In Nederland zijn we daar vrijer in. Eigenlijk wil ik Amerika veranderen, maar ik weet niet of ik dat wel kan in mijn eentje. Het is daar zo groot, het moet een beetje kleiner. We sporen studenten aan na te denken over een nieuw internet. Wat is een netwerk nu eigenlijk? Ontwerpen is keuzes maken. Gebruik je fantasie. Toon je bijzonderheid.”

Werk van Mieke Gerritzen is te zien: www.nl-design.net; www.internationalbrowserday.com; www.waag.org/bandwidth; www.waag.org/free; www.afk.nl; www.vpro.nl; www.fondsbkvb.nl; www.xs4all.nl

ontwerpen van Mieke Gerritzen voor de NOS 1999

ontwerpen van Mieke Gerritzen voor de NOS 1999

Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on Twitter